'Arjen, er gebeurt momenteel zoveel tegelijk. Wat is jouw advies voor de branche? Welke kant moeten ze op? Wil jij daar een column over schrijven?'
Dat verzoek kreeg ik van de hoofdredactie. En het zette met aan het denken. De Nederlandse autobranche beweegt zich richting 2027 in een speelveld dat minder voorspelbaar is dan ooit. De overheid zet in op elektrificatie en doet dat op een dusdanige manier dat er ongekende druk komt te liggen op operationele keuzes. In een markt die al een zeer grillige dynamiek kent.
De aangekondigde pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s vanaf januari 2027 is een bot instrument. Het effect laat zich nu al raden: een registratietsunami eind 2026, gevolgd door een kunstmatige dip. Het is de bekende reflex van de zakelijke markt.
Tegelijkertijd voltrekt zich een tweede beweging, buiten Den Haag om. De oplopende brandstofprijzen als gevolg van geopolitieke spanningen, met name rond Iran, duwen de particuliere consument versneld richting elektrisch rijden. Niet uit ideologie, maar uit noodzaak. Dat verschil is cruciaal. Veel mensen kiezen met hun portemonnee. Het resultaat: een dalende vraag naar nieuwe benzine- en dieselauto’s in de particuliere markt, met diesel als grootste verliezer.
Vooral bij grote logge ondernemingen is het risico op een financieel drama groot.
Registreer nu en lees alle premium content
Registreer nu en krijg toegang tot het hele artikel. Is of wordt uw bedrijf abonnee, dan krijgt u na registratie automatisch toegang.
Registreer u hier
Bent u al geregistreerd,
log hier in
(we sturen u een magic link, wachtwoord is overbodig).