Rechtbank: BPM-teruggaaf blijft geldig bij export via Duitsland naar Montenegro
De zaak draaide om een auto die in 2017 vanuit Nederland werd uitgevoerd. Het voertuig kreeg een Duits kenteken en werd enkele dagen later naar Montenegro geëxporteerd.
De zaak draaide om een auto die in 2017 vanuit Nederland werd uitgevoerd. Het voertuig kreeg een Duits kenteken en werd enkele dagen later naar Montenegro geëxporteerd.
De Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat een eerder verleende BPM-teruggaaf niet mag worden teruggevorderd wanneer een voertuig eerst duurzaam in Duitsland wordt geregistreerd en vervolgens wordt geëxporteerd naar een land buiten de EU. Dat blijkt uit een op 28 mei gepubliceerde uitspraak.
De zaak draaide om een auto die in 2017 vanuit Nederland werd uitgevoerd. Het voertuig kreeg een Duits kenteken en werd enkele dagen later naar Montenegro geëxporteerd. De Belastingdienst stelde dat de BPM-teruggaaf van €1.796 ten onrechte was verleend en legde een naheffingsaanslag op. Volgens de fiscus was sprake van handelen in strijd met doel en strekking van de wet.
De rechtbank volgt dat standpunt niet. Volgens de rechter voldoet de export aan de wettelijke voorwaarden voor BPM-teruggaaf, omdat sprake was van een permanente Duitse registratie en niet van een tijdelijke inschrijving. De wet stelt bovendien geen minimumperiode voor registratie in een andere EU- of EER-lidstaat.
Ook het beroep van de Belastingdienst op fraus legis slaagt niet. De rechtbank verwijst daarbij naar een eerdere uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De wetgever heeft volgens de rechter bewust geaccepteerd dat een voertuig na een duurzame registratie binnen de EU alsnog naar een derde land kan worden geëxporteerd.
De naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking zijn vernietigd. De Belastingdienst moet daarnaast het griffierecht van €365 vergoeden.
Rolf Westgeest riep eerder de Belastingdienst al op het proces rond BPM-teruggave te vereenvoudigen.

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen