> ## Content Index
> Fetch the complete content index at: https://www.bkan.nl/llms.txt
> Use this file to discover other available public pages before exploring further.

# Gastcolumn (en longread) Frank Bolsenbroek | De opkomst en dreigende ondergang van de BPM-taxatie
- URL: https://www.bkan.nl/gastcolumn-en-longread-frank-bolsenbroek-de-opkomst-en-dreigende-ondergang-van-de-bpm-taxatie/
- Published: 2026-11-01T18:43:31.000Z
- Updated: 2026-11-01T18:43:31.000Z
- Description: 22 jaar pionieren, procederen, ondernemen en mensen opleiden. Frank Bolsenbroek maakte van BPM-taxaties een vak. Het kiezelharde offensief van de Belastingdienst bedreigt nu dat levenswerk én een hele branche. "Ik blijf strijden. Voor wat het waard is."
- Author: Redactie
- Tags: Opinie, BPM

Vrijdag 30 oktober 2026, vond er opnieuw een grootschalige BPM-controleactie van de Belastingdienst plaats. In Maastricht, nota bene. Importeurs moeten hun auto’s laten voorrijden, soms van ver buiten Limburg, om deze gedurende enkele minuten te laten controleren. De ondernemer onderbreekt zijn werkzaamheden, maakt transportkosten en besteedt kostbare tijd aan een controle waarvan de uitkomst volgens onze ervaringen maar al te vaak is dat zijn taxatierapport buiten toepassing wordt gelaten. Een andere aangifte graag, en meer BPM betalen.

💡

[Dit artikel verscheen vorige week op de bedrijfswebsite van Bolsenbroek & Partners.](https://www.bbpartners.nl/opkomst-ondergang-bpm-taxatie/?ref=bkan.nl)

  
Neem een importeur uit ’s-Hertogenbosch. Hij heeft een auto laten taxeren, waarbij de verschuldigde BPM €800 lager uitvalt dan bij toepassing van een andere aangiftemethode. Om dat verschil te kunnen benutten, moet hij op vrijdag met zijn voertuig naar Maastricht. Een flinke rit, extra kosten en mogelijk de vrijdagmiddagspits op de terugweg. En misschien heeft hij nog voordat hij thuis is alweer bericht ontvangen dat zijn rapport niet wordt geaccepteerd. Wat doet zo’n ondernemer de volgende keer? Dat is precies de vraag waarop de Belastingdienst naar mijn mening het antwoord al kent.  
  
Voor mij is deze gang van zaken een onthutsend déjà vu. Want toen ik in 2004 begon met BPM-taxaties, werden mijn eerste taxatierapporten door een douaneambtenaar letterlijk door de kamer gesmeten. Tweeëntwintig jaar later lijkt precies hetzelfde te gebeuren, alleen nu digitaal.  
  
De fysieke prullenbak van 2004 is vervangen door de digitale prullenbak van 2026.

### Mijn professionele levenswerk

Van een vliegend taxatierapport naar een volwassen beroepspraktijk  
Aan het begin van deze eeuw, na het Europese arrest Gomes Valente, begon ik — naar mijn overtuiging als de allereerste taxateur in Nederland — met BPM-taxaties. Daarmee ontstond een nieuw specialisme binnen de voertuigwaardering. Niet langer uitsluitend het vaststellen van de waarde van een auto voor verkoop, verzekering of schadeafwikkeling, maar een individuele waardebepaling die als grondslag kon dienen voor de belastingheffing bij de import van gebruikte voertuigen.  
  
De controle was destijds bijzonder praktisch georganiseerd. Bij vrijwel ieder RDW-keuringsstation had de Douane een eigen kantoor. De ambtenaar kon het voertuig bekijken, de aangifte controleren en direct vragen stellen. Maar aan het idee dat een onafhankelijke taxateur mede de grondslag voor de BPM kon bepalen, moest men behoorlijk wennen. Ik herinner mij nog levendig hoe een douaneambtenaar mijn rapport letterlijk door de ruimte smeet, onder de uitroep:

### ‘Bolsenbroek bepaalt niet hoeveel BPM jij betaalt! Dat doe IK! De Douane! De Belastingdienst!’

Gelukkig waren er ook mensen binnen het ministerie van Financiën die begrepen dat een belastingaangifte geen verzoek om toestemming is. Een van hen was Daniële Vingerhoets, die destijds een belangrijke rol speelde bij het instrueren van de betrokken douaneambtenaren. De boodschap was helder: BPM is een aangiftebelasting. De belastingplichtige doet aangifte en wanneer de inspecteur het daarmee oneens is, moet hij volgens de daarvoor geldende regels corrigeren en, waar nodig, naheffen. Niet de aangifte eenvoudigweg weigeren omdat de uitkomst hem niet bevalt.  
  
Dat inzicht vormde mede de basis voor de ontwikkeling van een beroepspraktijk waaraan wij de daaropvolgende 22 jaar een belangrijke bijdrage zouden leveren. Samen met medewerkers, klanten en juridische medestanders hebben wij talrijke resultaten bereikt. Xray werd mede dankzij onze inspanningen een geaccepteerde koerslijst, de handelsinkoopwaarde werd uitgangspunt in plaats van de verkoopwaarde en wij verdedigden de toepassing van schadegerelateerde waardevermindering. We bestreden de zogenoemde 12%-regel, vochten tegen onjuiste naheffingspraktijken door malverserende belastingambtenaren en droegen eraan bij dat de importprocedure bij de RDW ook voor schadevoertuigen toegankelijker werd.  
  
Het waren geen cadeautjes van de overheid. De resultaten kwamen tot stand door onderzoek, deskundigenrapporten, bezwaarprocedures, rechtszaken en soms jarenlang doorzetten. Daar ben ik trots op, niet uitsluitend vanwege het financiële voordeel voor onze klanten, maar vooral omdat wij hielpen een belastingpraktijk te ontwikkelen die beter aansloot bij de werkelijke waarde van gebruikte voertuigen.

### We hielpen een beroepsgroep ontstaan

De groei van Bolsenbroek & Partners had nog een ander, achteraf misschien wel even waardevol gevolg. Naarmate ons bedrijf groter werd, namen wij steeds meer medewerkers aan. Mensen uit verschillende delen van de automotivebranche, die verstand hadden van auto’s, maar soms nog nooit een BPM-taxatierapport hadden opgesteld. Wij leidden hen op tot deskundigen die voertuigen konden onderzoeken, schade en waardevermindering konden beoordelen en een individuele handelsinkoopwaarde konden onderbouwen. Daarbij leerden ze niet alleen het taxeren zelf, maar vooral ook het belang van onafhankelijkheid en de noodzaak om hun bevindingen tegenover de Belastingdienst of een rechter te kunnen verdedigen.  
  
Veel van die medewerkers hebben jarenlang met plezier bij ons gewerkt. We vierden samen successen, verwerkten tegenslagen en voerden ontelbare discussies over auto’s, schade, waardering en belastingrecht. Maar er gebeurde ook iets anders. Sommige medewerkers besloten op enig moment voor zichzelf te beginnen. Ze richtten eigen taxatiebureaus op, bouwden klantenkringen op en ontwikkelden ondernemingen die soms uitgroeiden tot bloeiende bedrijven die ook vandaag nog actief zijn. Ook op juridisch gebied vond die ontwikkeling plaats. In 2009 namen wij onze eerste eigen jurist aan, die enkele jaren later zelfstandig verderging en uiteindelijk een omvangrijke, volledig op BPM gerichte juridische adviespraktijk opbouwde.

### Laat ik eerlijk zijn: daar had ik destijds niet altijd evenveel begrip voor. 

Je investeert jarenlang in mensen, leidt ze op, bouwt samen klantenrelaties op en vervolgens vertrekken ze om zelfstandig verder te gaan. Soms worden ze zelfs je concurrenten. Dat vond ik in die tijd best moeilijk. Maar inmiddels kijk ik daar heel anders tegenaan. Die mensen hebben hun eigen successen verdiend. Ze hebben met hun inzet, deskundigheid en ondernemerschap iets moois opgebouwd. Dat zij ooit bij ons begonnen en van daaruit hun eigen weg vonden, vervult mij achteraf met oprechte trots.

Wij maakten niet alleen BPM-taxaties. Wij maakten ook BPM-taxateurs.  
  
Die taxateurs gingen op hun beurt weer verder, bouwden eigen ondernemingen op, leidden soms zelf nieuwe mensen op en droegen hun kennis over. Zo groeide wat in 2004 in Heumen begon veel verder dan onze eigen onderneming. Misschien is dat wel een van de mooiste dingen die je als ondernemer kunt bereiken: dat je niet alleen zelf iets opbouwt, maar ook anderen de mogelijkheid biedt om iets op te bouwen. Achteraf zou ik die mensen opnieuw opleiden, ook wanneer ik vooraf zou weten dat sommigen uiteindelijk voor zichzelf zouden beginnen.  
  
Het maakt de gebeurtenissen van 2026 tegelijkertijd bijzonder wrang. Want juist de onderneming die mee aan de basis stond van de ontwikkeling van deze beroepspraktijk, en die zoveel mensen de gelegenheid gaf zich daarin te ontwikkelen, wordt nu geconfronteerd met omstandigheden die haar eigen voortbestaan bedreigen.

### De opmerkelijke directieauto uit Den Haag

In 2011 bereikten wij voor ongeveer 150 belastingplichtigen een bijzonder resultaat. Een totaal van circa €8 miljoen aan BPM-naheffingen werd teruggebracht tot €1,5 miljoen. Eén beursgenoteerde grote holding ontving een miljoen terug. De nettowinst steeg van 2 ton naar 1,2 miljoen. In totaal €6,5 miljoen minder belasting voor onze klanten. Dat bedrag liep over onze bankrekeningen, als gemachtigden namens de klanten. Een bizarre beleving voor mij en voor ons. Een grote verantwoordelijkheid en een prachtig resultaat, maar kennelijk niet iets waarop de toenmalige staatssecretaris zat te wachten.  
  
Niet lang daarna reed er een directieauto met chauffeur ons terrein in Heumen op. Een hoge vertegenwoordiger van het ministerie van Financiën kwam persoonlijk langs. Hij sprak zijn waardering uit voor ons werk en liet weten dat het ministerie ons hoog achtte en serieus nam. Tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat men niet opnieuw zulke bedragen aan onze klanten wilde moeten terugbetalen. Er volgde een bijzonder aanbod: Horizontaal Toezicht, een vertrouwensrelatie met de Belastingdienst die de vele discussies en naheffingen zou kunnen voorkomen.  
  
Ik voelde mij vereerd door dat aanbod. Het was immers een erkenning van onze deskundigheid en van de positie die wij in de branche hadden opgebouwd. Maar toen kwam de voorwaarde: onze taxaties zouden natuurlijk wel aanzienlijk hoger moeten uitvallen, zodat er ook meer BPM verschuldigd zou worden. Dat was voor mij onaanvaardbaar. Een taxateur stelt de waarde en afschrijving van een voertuig vast en niet de belastingopbrengst die de overheid graag zou willen ontvangen. Wij waren deskundigen, geen verlengstuk van de belastingheffing.

![](https://storage.ghost.io/c/bd/55/bd556b84-9b80-47bd-bee2-4ce7782205d0/content/images/2026/11/WhatsApp-Image-2026-11-01-at-11.38.11.jpeg)

Bolsenbroek: 'Dit hoor ik steeds vaker: Frank, we hebben 22 jaar prettig samengewerkt. Je stond altijd voor ons klaar, maar dit houden wij niet meer vol.' 

### Van rechtsontwikkeling naar ontmoediging

Dit is geen verhaal dat in de loop der jaren wat mooier of scherper is geworden. Het gesprek is opgenomen en de opname bevindt zich in mijn dossiers. Wat daar werd besproken, is dus niet uitsluitend afhankelijk van mijn herinnering. Juist daarom is het bezoek mij altijd bijgebleven: eerst waardering ontvangen voor je onafhankelijke deskundigheid, om vervolgens te horen dat die deskundigheid tot een voor de fiscus gunstiger uitkomst zou moeten leiden. Onder die voorwaarde hebben wij het aanbod niet aanvaard.  
  
In de jaren die volgden, groeide de import van gebruikte auto’s enorm. Daarmee nam ook het aantal BPM-bezwaren en beroepsprocedures toe. Ik ben niet blind voor de minder fraaie kanten van die ontwikkeling. Niet iedere procedure werd uitsluitend uit principiële overwegingen gevoerd. Er ontstond een praktijk waarin proceskostenvergoedingen soms belangrijker leken dan de belasting zelf. Dat heeft de reputatie van onze branche geen goed gedaan en ik heb daar altijd kritisch tegenover gestaan.  
  
Tegelijkertijd zag ik de juridische en maatschappelijke houding tegenover de BPM-taxatie veranderen. De ruimte voor individuele waardebepaling werd door regelgeving, beleidsmaatregelen en rechtspraak steeds verder beperkt. Taxateurs en gemachtigden kwamen nadrukkelijker onder het vergrootglas van de Belastingdienst en de FIOD te liggen. Er vonden onderzoeken en aanhoudingen plaats en fraudegevallen gingen mede het publieke beeld van een hele beroepsgroep bepalen. Begrijp mij goed: waar sprake is van fraude, moet worden opgetreden. Maar fraude en een correct, onafhankelijk opgesteld taxatierapport zijn twee volstrekt verschillende zaken. Wát er écht van is overgebleven als wérkelijk bewezen ‘fraude’, is mij tot op de dag van vandaag niet duidelijk.

### Bovag-bord doet wonderen

Ook de Bovag heeft zich naar mijn mening jarenlang onvoldoende genuanceerd tegenover de BPM-taxatiemethode opgesteld en haar leden daarmee benadeeld. De negatieve beeldvorming over import en taxatie stond bovendien op gespannen voet met de belangen van de vele aangesloten ondernemers die zelf gebruikte auto’s importeren. Maar dat Bovag-bord op het pand doet voor veel ondernemers kennelijk nog steeds wonderen. Schijnzekerheid … Het onderscheid tussen misbruik van een wettelijke regeling en het legitieme gebruik ervan raakte in het publieke debat steeds vaker op de achtergrond.  
  
Maar de meest effectieve ontmoediging vond misschien wel niet in de rechtszaal of in de media plaats. Die speelde zich af achter gesloten deuren, tijdens gesprekken met grote importeurs. Samen met onze advocaat Peter Lodestijn ben ik persoonlijk aanwezig geweest bij gesprekken met grote dealerholdings waarin de Belastingdienst een opmerkelijke keuze voorlegde. De strekking was dat in het verleden BPM-aangiften op basis van taxatierapporten waren gedaan waarmee de fiscus het niet eens was en waarvoor naheffingen waren berekend. Die naheffingen hoefden echter niet te worden betaald wanneer de onderneming in de toekomst van de taxatiemethode zou afzien.

### Liever geen formele afspraak

De financieel verantwoordelijke van een holding reageerde met de vraag waar hij kon tekenen. Maar juist dat bleek niet de bedoeling. Een schriftelijke vaststellingsovereenkomst wilde de Belastingdienst niet sluiten, omdat daarmee volgens de gegeven toelichting ongewenste precedenten zouden kunnen ontstaan. De afspraak moest kennelijk wel worden nageleefd, maar liever niet formeel worden vastgelegd. Ook deze gesprekken zijn opgenomen en bewaard gebleven. Ik was er met Lodestijn zelf bij en heb kunnen vaststellen op welke wijze druk werd uitgeoefend om ondernemers van een wettelijk toegestane aangiftemethode te laten afzien.  
  
Het was voor mij een onthutsende ervaring. Want wat doet een ondernemer wanneer hij kan kiezen tussen een langdurig conflict met de Belastingdienst, inclusief alle financiële risico’s, of het beëindigen van zijn samenwerking met een taxateur? Hij kiest voor zijn bedrijf, voor rust en voor zekerheid. Dat begrijp ik zelfs. Maar voor onze onderneming betekende het dat belangrijke klanten verdwenen, niet noodzakelijk omdat onze taxaties onjuist waren, maar omdat de onzekerheid en de fiscale druk voor de betrokken ondernemers te groot werden.

### Ondernemers zijn echter báng; héél báng

Die opgenomen gesprekken zijn mij zeer waardevol; ze zijn notarieel vastgelegd en komen vast nog een keer van pas; ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’ immers. Dat de dealerholdings dat nú niet fijn vinden en de Belastingdienst mij niet meer bij hun gesprekken wil (maar daar niet over gaat), is veelzeggend. Ondernemers zijn echter báng; héél báng … en dat begrijp ik; ik hoéf er ook niet bij te zijn. Het werk is al gedaan.  
  
Je hoeft een wettelijk recht niet formeel af te schaffen wanneer je het gebruik ervan maar onaantrekkelijk genoeg maakt. Ondertussen voltrok zich nog een andere ontwikkeling. De gebruikte BPM-aangiftemethode werd via voertuiggegevens en commerciële informatiesystemen herkenbaar voor de autohandel. Een voertuig waarvoor bij import een taxatierapport was gebruikt, kon daardoor een negatief signaal meekrijgen, alsof het enkele feit dat de auto individueel was getaxeerd reeds aanleiding gaf om aan de staat of het schadeverleden te twijfelen.  
  
Stel je een consument voor die een nette geïmporteerde auto koopt en daar twee jaar zonder problemen mee rijdt. Bij inruil verschijnt plotseling een rood BPM-signaal in een informatiesysteem. De handelaar stelt vragen over het schadeverleden en verlaagt mogelijk zijn bod. De consument schrikt en vraagt zich af of hem destijds een schadeauto is verkocht. Vervolgens wordt de oorspronkelijke verkoper geconfronteerd met verwijten, terwijl het gebruik van een BPM-taxatierapport op zichzelf helemaal niet bewijst dat een voertuig ernstige schade heeft gehad.

### Een reden om een voertuig te wantrouwen

Een individuele taxatie kan immers ook noodzakelijk zijn omdat geen passende koerslijst beschikbaar is of omdat de werkelijke waarde afwijkt van een gemiddelde koerslijstwaarde. Toch werd de ‘getaxeerde importauto’ in de handel steeds minder geliefd. Dealerholdings werden terughoudender bij de inkoop en importeurs wilden hun klanten geen toekomstige discussies bezorgen. Daarmee werd een methode die juist bedoeld was om de waarde van een individueel voertuig zorgvuldig te bepalen, een reden om datzelfde voertuig te wantrouwen.  
  
De paradox is nauwelijks te bevatten: een correcte individuele waardebepaling kon uiteindelijk tot een lagere commerciële waardering van het voertuig leiden, uitsluitend vanwege de fiscale methode die bij import was gebruikt. Opnieuw verdween een deel van onze markt, niet door een rechtstreeks verbod op taxeren, maar doordat de gevolgen van de taxatiemethode voor importeurs steeds moeilijker te dragen werden. De strop werd steeds strakker aangetrokken.

### Project PTX: terug bij af in 2026?

En toen kwam in juni 2026 Project PTX. De Belastingdienst intensiveerde de controles op BPM-aangiften met taxatierapporten en liet importeurs hun voertuigen op aangewezen locaties voorrijden. Op zichzelf heb ik daar geen enkel bezwaar tegen. Integendeel: een onafhankelijk deskundige moet zijn bevindingen kunnen uitleggen en onderbouwen. Wie zijn werk zorgvuldig doet, moet een inhoudelijke controle kunnen doorstaan. Maar controle dient om de juistheid van een belastingaangifte vast te stellen, niet om het gebruik van een wettelijk toegestane aangiftemethode feitelijk te ontmoedigen.  
  
De manier waarop PTX volgens onze ervaringen uitwerkt, roept bij mij juist die laatste vraag op. Importeurs moeten soms aanzienlijke afstanden afleggen voor een korte controle, waarna hun taxatierapport buiten toepassing wordt gelaten en zij worden verzocht een andere aangifte in te dienen. De kosten van het transport, het tijdverlies en de onzekerheid komen bij de ondernemer terecht. Voor een betrekkelijk beperkt BPM-verschil wordt het steeds moeilijker om te rechtvaardigen dat men opnieuw een procedure begint, bezwaar maakt en mogelijk jarenlang moet procederen.

### Fundamenteel beginsel van rechtsbescherming

De importeur uit ’s-Hertogenbosch die voor €800 verschil op vrijdag naar Maastricht moet rijden, zal zich de volgende keer wel twee keer bedenken voordat hij opnieuw een taxatierapport laat opstellen. Misschien kiest hij voortaan voor een andere, fiscaal minder gunstige methode, misschien stopt hij zelfs met importeren. En misschien betekent het dat hij na twintig jaar afscheid neemt van zijn vertrouwde taxateur. Niet noodzakelijk omdat die taxateur ongelijk heeft of de Belastingdienst gelijk heeft, maar omdat de kosten, de onzekerheid en de praktische belemmeringen eenvoudigweg niet meer opwegen tegen het financiële voordeel.  
  
Dat raakt aan een fundamenteel beginsel van rechtsbescherming. Een belastingplichtige die zijn recht niet meer uitoefent omdat de uitoefening ervan te kostbaar of te omslachtig is geworden, heeft daarmee niet bewezen dat zijn oorspronkelijke aangifte onjuist was. Hij is misschien simpelweg ontmoedigd. En wanneer die ontmoediging op grote schaal plaatsvindt, begint een wettelijk recht zijn praktische betekenis te verliezen.  
  
Het brengt mij onvermijdelijk terug naar 2004, naar die douaneambtenaar die mijn eerste taxatierapport door de kamer smeet. Destijds was er iemand binnen het ministerie die duidelijk maakte dat een aangiftebelasting volgens haar eigen regels moest worden geheven. Tweeëntwintig jaar later staan we opnieuw voor de vraag of de Belastingdienst een door een deskundige onderbouwde aangifte op inhoudelijke en juridisch controleerbare gronden bestrijdt, of dat van de belastingplichtige feitelijk wordt verlangd dat hij zich bij een andere uitkomst neerlegt.

### De dreigende ondergang van mijn eigen levenswerk

Het papier vliegt niet meer door de kamer. In plaats daarvan wordt het rapport administratief buiten toepassing gelaten en wordt de belastingplichtige gevraagd zijn aangifte aan te passen. De douanebalie bij het RDW-station is verdwenen en daarvoor in de plaats rijdt de importeur naar Maastricht.  
  
De techniek is veranderd. Maar zijn we met de rechtsbescherming werkelijk zoveel verder gekomen?  
  
De gevolgen van deze ontwikkeling zijn inmiddels veel verder gegaan dan een juridisch meningsverschil over de juiste BPM. Ze raken mijn eigen bedrijf. Bolsenbroek & Partners, de onderneming die ik vanuit overtuiging heb opgebouwd en die 22 jaar lang heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van deze beroepspraktijk, verkeert in zwaar weer. Opdrachten verdwijnen, jarenlange relaties komen onder druk te staan en ondernemers die ons al bijna hun hele professionele leven trouw zijn, besluiten met taxeren of zelfs met importeren te stoppen.  
  
Dat zijn voor mij misschien wel de moeilijkste gesprekken. Klanten die zeggen: ‘Frank, we hebben 22 jaar prettig samengewerkt. Je stond altijd voor ons klaar, maar dit houden wij niet meer vol. We stoppen ermee. Bedankt voor alles.’ Wat moet ik daarop antwoorden? Dat ze moeten blijven procederen, ondanks de kosten en onzekerheden? Dat ze nog maar een aantal jaren moeten doorvechten? Ik begrijp hun beslissing, en juist dat maakt het zo pijnlijk.

### Professioneel, zorgvuldig en naar eer en geweten

Achter ons bedrijf staan bovendien ongeveer twintig collega’s. Mensen met gezinnen, financiële verplichtingen, ambities en liefde voor hun vak. Mensen die dagelijks voertuigen onderzoeken, waarden vaststellen, schade beoordelen en deskundigenrapporten opstellen. Professioneel, zorgvuldig en naar eer en geweten. Zij zijn niet bezig met fraude en krijgen daartoe ook geen opdracht. Dat mag niet, dat hoeft niet en dat hoort in ons vak niet thuis. Hun taak is het onafhankelijk vaststellen van de waarde van een voertuig, niet meer en vooral ook niet minder.  
  
En nu moet ik diezelfde medewerkers onder ogen komen en uitleggen dat de toekomst van hun werk onzeker is geworden. Dat hun werkgever, ondanks alles wat in de afgelopen 22 jaar is opgebouwd, misschien niet langer de zekerheid kan bieden die hij hun zo graag zou willen geven. Dat raakt mij veel dieper dan welke verloren rechtszaak ook.  
  
Wanneer ik terugdenk aan al die mensen die ooit bij ons begonnen en inmiddels hun eigen succesvolle taxatiebureaus en juridische praktijken hebben opgebouwd, besef ik des te sterker hoeveel mogelijkheden dit vak biedt wanneer mensen de ruimte krijgen zich daarin te ontwikkelen. Die kansen wil ik ook onze huidige medewerkers kunnen blijven bieden. Maar daarvoor moet er wel een toekomst zijn waarin een deskundige zijn werk kan doen en een importeur daadwerkelijk gebruik kan maken van de wettelijke mogelijkheden die hem zijn toegekend.

### 'Misschien neemt die directeur deze keer zelfs zijn chequeboekje mee'

Tweeëntwintig jaar lang heb ik mij beziggehouden met het vaststellen van waardeverlies van auto’s. Nu moet ik toezien hoe mijn eigen levenswerk waarde dreigt te verliezen.  
  
Dat is een paradox die ik mij in 2004 onmogelijk had kunnen voorstellen. Zou die directieauto nog eens komen?  
  
Ik denk tegenwoordig regelmatig terug aan die directieauto met chauffeur die destijds uit Den Haag naar Heumen kwam. Wat zou het bijzonder zijn wanneer er opnieuw zo’n auto voor ons kantoor stopt en er wederom een directeur uitstapt die zijn hoogachting uitspreekt. Maar deze keer met een andere boodschap: dat het ministerie inziet welke gevolgen ontstaan wanneer een wettelijk toegestane aangiftemethode in de praktijk nauwelijks nog bruikbaar is en dat dit niet alleen onze onderneming raakt, maar ook onze medewerkers, onze klanten en een hele beroepsgroep.  
  
Misschien neemt die directeur deze keer zelfs zijn chequeboekje mee. Niet om onze deskundigheid aan een gewenste belastingopbrengst te verbinden, maar om de schade te vergoeden waarvoor de Staat uiteindelijk aansprakelijk zou blijken te zijn. Zodat onze mensen verder kunnen met het werk waar ze goed in zijn, onze klanten weer kunnen vertrouwen op hun wettelijke mogelijkheden en wij onze onderneming een toekomst kunnen blijven bieden.

### De strijd is niet voorbij

Ach, misschien is dat wel erg optimistisch gedacht. Maar als die directeur toch met zijn chauffeur op pad gaat, wil ik hem graag nog een paar adressen meegeven. Van importeurs die hun activiteiten hebben afgebouwd, van ondernemers die na jaren van investeren hun bedrijf zagen verschralen en van medewerkers die hun baan dreigen te verliezen. Het zou een lange route worden. Misschien moet er dan toch maar een grotere auto komen, met een chauffeur die over bijzonder veel geduld beschikt.  
  
Misschien is dit het begin van het einde van de BPM-taxatie zoals wij die kennen. Misschien zelfs van mijn eigen onderneming in haar huidige vorm. Ik kan die mogelijkheid niet ontkennen. Ik heb verantwoordelijkheden tegenover mijn medewerkers en kan financiële werkelijkheden niet negeren, hoezeer ik ook overtuigd ben van de juistheid van onze uitgangspunten. Dat betekent dat ik moeilijke beslissingen moet nemen, mogelijk zelfs beslissingen die ik mij enkele jaren geleden niet had kunnen voorstellen.  
  
Maar er is één beslissing die ik niet neem: ik leg mij niet neer bij de gedachte dat de werkelijke waarde van een gebruikte importauto er niet meer toe zou mogen doen, uitsluitend omdat de uitkomst van een onafhankelijke taxatie de fiscus niet bevalt. De BPM-taxatie is ontstaan vanuit het beginsel dat de belastingheffing op gebruikte importauto’s deugdelijk moet worden bepaald en in overeenstemming moet zijn met het Europese recht. Dat beginsel is niet verdwenen omdat een andere aangiftemethode voor de overheid eenvoudiger zou zijn.

### Waarde is niet altijd hetzelfde als prijs.

Misschien zal er opnieuw een rechter aan te pas moeten komen, mogelijk zelfs het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het zou een merkwaardige cirkel zijn: begonnen vanuit Europese rechtspraak en misschien uiteindelijk alleen nog te redden door opnieuw Europese rechtspraak. Ik blijf liever hopen dat de redelijkheid eerder terugkeert en dat iemand binnen het ministerie hetzelfde inzicht toont als Daniële Vingerhoets ruim twintig jaar geleden. Dat een wettelijk recht niet alleen op papier moet bestaan, maar ook daadwerkelijk moet kunnen worden uitgeoefend.  
  
Tegelijkertijd realiseer ik mij dat, hoe dit ook afloopt, niet alles verloren kan gaan. De kennis die wij in 22 jaar hebben ontwikkeld en gedeeld, de mensen die wij hebben opgeleid en de ondernemingen die daaruit zijn ontstaan, kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt. Wat wij in 2004 in beweging zetten, is groter geworden dan Bolsenbroek & Partners alleen. Die gedachte geeft mij voldoening, maar maakt het ook des te belangrijker om te blijven strijden voor een beroepspraktijk waaraan zoveel mensen hun bestaan en hun toekomst hebben verbonden.  
  
Want waarde is niet altijd hetzelfde als prijs. De waarde van 22 jaar vakmanschap, vertrouwen, onafhankelijkheid en doorzettingsvermogen laat zich niet uitdrukken in een BPM-tabel, een schadeforfait van 31 procent of een financieel resultaat voor de schatkist. Zij ligt ook besloten in de mensen die bij ons hun vak leerden, de ondernemingen die zij opbouwden, de klanten die wij jarenlang hebben geholpen en de overtuiging dat een onafhankelijke deskundige zijn werk moet kunnen doen zonder dat de uitkomst daarvan vooraf vaststaat.  
  
Ik begon in 2004 omdat ik geloofde dat de werkelijke waarde van een auto ertoe deed. Dat geloof ik vandaag nog steeds. En dus blijf ik strijden, binnen de grenzen van wat verantwoord is. Voor onze medewerkers, voor onze klanten en voor het vak dat wij mede hebben helpen ontwikkelen.

Voor wat het waard is

De Belastingdienst kan onze taxatierapporten buiten toepassing laten. Maar mijn overtuiging niet.

💡

****Verantwoording**  
In een wereld waarin de korte termijn regeert en waarin weinig tijd (en mogelijkheid) is voor reflectie, is het goed om ook stil te staan bij de grote gevolgen die het huidige beleid van de Belastingdienst veroorzaakt op het niveau van individuen en ondernemingen. Een hele branche dreigt kopje-onder te gaan.   
  
BKAN heeft al meerdere malen aangegeven het beleid van de Belastingdienst schandalig te vinden. Eerst 'duw' je dealers uit het taxeren, waardoor die vervolgens opgelucht ademhalen als ook kleinere bedrijven de mogelijkheid tot taxeren wordt ontzegd. En de lange doorlooptijden nu bij kentekenaanvragen zijn op zijn minst discutabel. Wij hebben nog geen jurist gesproken die deze werkwijze verdedigbaar vindt. Maar – en daar gokt de Belastingdienst op – tegen de tijd dat deze werkwijze veroordeeld wordt, is het taxeren grotendeels uitgebannen. Het heeft echt alle kenmerken van andere 'affaires'.   
  
BKAN is niet naïef en begrijpt dat er issues en problemen zijn rond taxeren. En niet iedere taxateur hanteert de hoge standaard die hoort bij het beroep. We introduceerden niet voor niets de term '[doping](https://www.bkan.nl/taxatierapporten-zijn-als-doping-in-het-wielrennen-niet-gebruiken-betekent-jezelf-op-achterstand-zetten/)'. Maar het opofferen van iedere vorm van recht mag nooit de manier zijn om de eigen zin door te duwen. Op korte termijn zorgt het wellicht voor een 'gelijker' speelveld, op lange termijn zal de autobranche hier een zware prijs voor betalen.   
  
Bart Kuijpers  
Hoofdredacteur